GOUDA, ONZE LIEVE VROUWEKERK (1902)


1902 - P.J. Adema en Zoon

Het neo-gotisch front ( met gepolijste tinnen pijpen) werd gemaakt door de Limburgse beeldhouwer Thijsen. De frontpijpen zijn afkomstig uit het atelier van van Jean Devos te Brussel.
Op 5 juni 1902 werd het orgel voor het eerst gebruikt bij het 50-jarig priesterfeest van de Hoogeerwaarde Heer Deken Malingsé. Op 24 juni werd het orgel bespeeld door Philip Loots.

Dispositie
Groot Orgel
Violon disc 16'
Bourdon 16'
Prestant 8'
Salicionaal 8'
Fluit harmoniek 8'
Holpijp 8'
Octaaf 4'
Roerfluit 4'
Octaaf 2'
Mixtuur II-V
Cornet disc V
Trompet 8'
Pedaal
Contrebas 16'
Subbas 16'
Open Bas 8'
Violoncel 8'
Open Fluit 4'
Bazuin 16'
Reciet Expressief
Prestant 8'
Viola di Gamba 8'
Vox Coelestis 8'
Bourdon 8'
Quintatoon 8'
Violine 4'
Fluit harmoniek 4'
Piccolo 2'
Trompet harmoniek 8'
Fagot Hobo 8'
Vox Humana 8'
Speelhulpen
Tremulant Reciet
Koppel G.O. + Rec.
Pedaalkoppel G.O.
Pedaalkoppel Reciet
Octaafkoppel Reciet
Vaste combinaties: P - MF - F - T - Oplosser

Tractuur
pneumatisch
Bijzonderheden
Groot Orgel
Mixtuur II-V: vioolmensuur
Cornet disc V: normale samenstelling; op verhoogde banken
Reciet
Prestant 8': vioolprestant

1953 - dispositiewijziging door Hubert Schreurs. Uitbreiding met Sesquialter I-II op het Reciet.

Na sluiting van de kerk wordt het orgel in 1964 in gewijzigde vorm overgeplaatst naar de St. Vituskerk in Bussum.