HARLINGEN, ST. MICHAELKERK (1898)


1898 - P.J. Adema & Zoon, Amsterdam, nieuwbouw

1898 - Het orgel wordt opgeleverd door P.J. Adema & Zoon. Het instrument heeft 19 registers, verdeeld over twee Manualen en vrij Pedaal, en is geplaatst in een gedeelde kas. De speeltafel bevindt zich tussen de twee kassen in tegen de muur van de kerk.

1949 - Restauratie door Adema-Schreurs. De speeltafel wordt verder naar voren geplaatst. De tractuur wordt geëlektrificeerd. De Cello van het pedaal wordt een Open Fluit. Het Reciet krijgt een Sexquialter . Toegevoegd worden een Fagot 16' op het pedaal en een Fagot-Hobo op het Reciet.

1999/2000 - Herstelwerkzaamheden door Adema's Kerkorgelbouw (Antoine Schreurs). De speeltafel wordt vooraan geplaatst en omgekeerd.

Dispositie 2000
Hoofdwerk C-g3
Bourdon 16'
Prestant 8'
Salicionaal 8'
Holpijp 8'
Octaaf 4'
Roerfluit 4'
Octaaf 2'
Mixtuur II-IV
Trompet 8’
Treden
Tremulant II
Grave I+II
Grave II
TW af (tongwerken af)
Zweltrede Reciet
P+I
I+II
P+II

Vrije Combinatie
Pedaal C-d1
Contrabas 16'
Subbas 16'
Openbas 8'
Cello 8'
Fagot 16'
Reciet C-g3
Vioolprestant 8'
Bourdon 8'
Viola 8'
Vox Coelestis 8'
Fluit harmoniek 4'
Piccolo harmoniek 2'
Fagot-hobo 8'
Vox Humana 8'